Hoe is de Wmo ingericht? Van de AWBZ naar de Wmo van nu

Wie begeleiding aanvraagt, komt bij de gemeente uit. Dat was niet altijd zo. Hier lees je kort hoe de ondersteuning in Nederland is veranderd en waarom jouw aanvraag nu bij de gemeente begint.

Voor 2007: de AWBZ en de Wvg

Lange tijd was de zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking of langdurige ziekte landelijk geregeld. De Algemene wet bijzondere ziektekosten, de AWBZ, bestaat al sinds 1968. Begeleiding in het dagelijks leven viel daar ook onder. Of je er recht op had, bepaalde een landelijk indicatieorgaan. Daarna kreeg je zorg in natura of een persoonsgebonden budget, geregeld via een zorgkantoor. Voor voorzieningen zoals hulpmiddelen en aanpassingen in huis bestond daarnaast de Wet voorzieningen gehandicapten, de Wvg, die door gemeenten werd uitgevoerd.

2007: de eerste Wmo

Op 1 januari 2007 ging de Wet maatschappelijke ondersteuning in. De Wmo verving de Welzijnswet en de Wvg en nam ook de huishoudelijke verzorging uit de AWBZ over. Gemeenten kregen een compensatieplicht: zij moesten de beperkingen compenseren die inwoners ervaren bij het voeren van een huishouden, het zich verplaatsen en het ontmoeten van anderen. De Wmo kende negen prestatievelden, van leefbaarheid en sociale samenhang tot verslavingszorg. Begeleiding bleef in die tijd nog onder de AWBZ vallen.

2015: de grote verandering

Per 1 januari 2015 veranderde het stelsel ingrijpend. Dit heet de drie decentralisaties in het sociaal domein. De Wmo 2015 gaf gemeenten de verantwoordelijkheid voor ondersteuning en begeleiding, ook voor mensen die daarvoor eerder onder de AWBZ vielen. Daarnaast gingen de Jeugdwet en de Participatiewet naar de gemeenten. Wijkverpleging en een deel van de persoonlijke verzorging gingen naar de zorgverzekering. De kern van de AWBZ werd de Wet langdurige zorg.

Ook de gedachte achter de wet veranderde. De compensatieplicht en de negen prestatievelden verdwenen. In de plaats kwam maatwerk: ondersteuning die aansluit op wat jij zelf kunt, op je eigen kracht en op de hulp van mensen om je heen. Zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving staan centraal. Ook kreeg de wet een duidelijke plek voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Het doel was dat mensen sneller en beter passende hulp krijgen, dicht bij huis. Het beperken van de kosten van de verzorgingsstaat was daarbij ook een doel.

De Wmo nu

Vandaag is de gemeente jouw eerste aanspreekpunt. Zij onderzoekt samen met jou wat je nodig hebt en beslist of je begeleiding krijgt. Gemeenten sluiten contracten met aanbieders, en jij kiest uit de gecontracteerde aanbieders wie bij je past. Omdat iedere gemeente dit zelf uitwerkt, verschilt de route per gemeente. Voor jouw eigen bijdrage betaal je een vast bedrag aan het CAK.

Wat betekent dit voor jou?

Je hoeft niet te weten hoe het stelsel in elkaar zit om hulp te krijgen. Wel helpt het om te weten dat je bij de gemeente begint en dat het gesprek gaat over jouw dagelijks leven en niet over een diagnose. Hoe de aanvraag in jouw gemeente werkt, lees je op de pagina Werkgebied. De stappen op een rij vind je in het artikel Begeleiding aanvragen via de Wmo, en wat je betaalt lees je in het artikel Eigen bijdrage CAK.

Bronnen: Movisie, Wmo 2015: wat is er veranderd? en Movisie, De drie decentralisaties in het sociale domein.

Direct aanmelden

Twijfel je of wij iets voor je kunnen betekenen? Meld je vrijblijvend aan via het aanmeldformulier of bel 085 130 41 60.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *